Rijmwoorden rond cadeaus, namen en Sint-thema’s zijn er genoeg. De kunst is er eentje kiezen die in de zin past die je toch al wilde schrijven.
Zoek op klank, niet op letter
Rijm gaat over hoe iets klinkt. Woorden die anders geschreven worden maar hetzelfde klinken, doen het werk even goed — en vallen minder op.
Werkwoorden geven de meeste ruimte
Een zelfstandig naamwoord aan het regeleinde legt de zin vast; een werkwoord laat je de rest nog kneden. Eindig daarom liever op een werkwoord.
Sint-woorden raken snel op
Pakje, zak, schoen, paard, baard: die zijn in elk gedicht al gebruikt. Ze werken nog steeds, en één per gedicht is genoeg.
Als een woord niet rijmt
Verplaats het naar het midden van de regel of gebruik een omschrijving. “Die nieuwe koptelefoon” rijmt nergens op; “iets voor op je oren” wel.
Zelfstandige naamwoorden aan het eind
Die leggen de zin vast en dwingen je de volgende regel eromheen te bouwen. Eindig liever op een werkwoord of een bijwoord.
Vuistregel voor elk gedicht: plaag op wat iemand zelf ook grappig vindt, niet op uiterlijk, gewicht, geld of iets waar diegene niets aan kan doen. Bij twijfel laat je het weg.