Sint-video

Sinterklaasgedicht maken: van drie feitjes naar een af gedicht

Begin bij de ontvanger, niet bij het rijm. Vijf stappen, met voorbeelden die laten zien hoe het gedicht groeit.

Keukentafel van bovenaf met kladpapier, een potlood, een gum, thee en pepernoten

Het is 4 december, de pen ligt klaar en op het papier staat alleen de naam van degene voor wie het bedoeld is. Dat is het moment waarop de meeste mensen opgeven, terwijl het gedicht er al bijna staat: je hoeft alleen nog vijf dingen te noteren die je van die ene persoon weet. Zo maak je een sinterklaasgedicht dat rijmt, klopt en op tijd af is.

Begin met vijf dingen die je van hem of haar weet

Niet rijmen, nog niet. Noteer vijf feiten: iets wat diegene altijd doet, iets wat afgelopen jaar gebeurde, iets wat de hele familie kent. Het rijm komt vanzelf uit die lijst, en niet andersom: wie begint met rijmen, belandt in algemene zinnen die op iedereen passen.

Zo ziet zo’n lijst eruit, voor Sanne die elke avond kookt:

  • kookt zes avonden per week en zit zelf als laatste aan tafel
  • kent het lievelingseten van iedereen, maar haar eigen wensenlijst is leeg
  • zingt in de keuken, verkeerd, en hard
  • heeft al twee keer aangeboden het sinterklaasmenu te maken
  • krijgt zelden een compliment en vraagt er ook niet om

Welke vijf feiten geven jou rijmen cadeau?

Kijk per feit of er een woord in zit met een duidelijke klank aan het eind: laat, tafel, wortel, boel. Dat zijn je rijmwoorden. Lukt het niet, zoek het woord op bij de rijmwoorden sinterklaas of in de rijmzoeker verderop. Kies twee feiten met rijmbare eindklanken, dat zijn je eerste twee regels.

Aanzet Waar die het best werkt
Sint zag je dit jaar … feiten uit het afgelopen jaar
Piet vertelde op de boot … dingen die alleen insiders weten
In het Grote Boek stond … eigenschappen van de ontvanger
Het paard snuffelde aan … humor over kleine dingen: wortel, schoen, zak

Kies gepaard rijm en schrijf per twee regels

Gepaard rijm (regel 1 rijmt op regel 2, regel 3 op 4) is het makkelijkst om mee te beginnen, want je bent na twee regels al klaar met één rijmpaar. Neem de twee feiten uit je lijst en zet ze onder elkaar. Zo groeide het gedicht voor Sanne na stap drie:

Sanne kookt elke avond, voor zes, aan het fornuis,
en zit zelf pas als laatste, als iedereen al eet in huis.

Loop je vast op een klank, typ het woord in de rijmzoeker en neem een woord dat je zelf ook zou gebruiken. Woorden die je zelf nooit zegt, zoals “galm” of “gewelf”, horen niet in een gedicht dat je hardop voorleest.

Lees hardop en snijd tot het klopt

Lees wat je hebt hardop, aan iemand die erbij hoort. Waar je zelf hapert, hapert het gedicht: dat is het moment om woorden weg te halen, niet toe te voegen. Na deze ronde was het gedicht voor Sanne af:

Sanne kookt elke avond, voor zes, aan het fornuis,
en zit zelf pas als laatste, als iedereen al eet in huis.
Ze zingt erbij, heel vals, maar het eten smaakt altijd fijn,
dus geeft Sint haar een avond vrij, en kookt de rest. Dat moet zo zijn.

Voor: wie altijd voor iedereen kookt · Cadeau: een avond vrij (bon) · Toon: trots met een knipoog

Hoe overhandig je hem, en waar hoort de naam?

De naam van de ontvanger hoort in het gedicht, liefst in de eerste of laatste regel, zodat het vanaf de eerste seconde van hem is. Lees hem voor zodra het pakje wordt uitgereikt, niet erna: dan luistert de hele kamer nog, en de grap heeft een publiek. Meer voorleesmomenten staan bij het pakjesavond gedicht.

Wordt het te lang of te veel, snijd tot vier of zes regels: een kort sinterklaasgedicht met één feit erin raakt vaak harder dan twaalf regels met vier. Wil je beter worden in rijmen zelf, lees dan meer over rijmen voor sinterklaas, met de drie rijmschema’s en de vijf fouten die rijm geforceerd maken. En lukt het vanavond echt niet, dan kun je sinterklaas gedichten laten maken en er zelf één feit tussen schrijven.

Twee af gedichten om van te lenen

Voor oma die elk jaar voor iedereen breit:

Oma breit de hele winter, voor iedereen een sjaal,
in rood, in blauw, in groen, voor ons allemaal.
Nu krijgt oma zelf iets: een mand vol zachte wol,
genoeg voor tien sjaals, de mand zit propvol.

Voor: oma of opa die altijd voor anderen maakt · Cadeau: wol · Toon: warm

Voor de buurjongen die altijd sjouwt:

Elke zaterdag sjouw jij de boodschappen naar boven,
drie trappen op, voor de buurvrouw, je kunt het haast niet geloven.
Sint zag het allemaal en vond het heel erg knap:
hier is een pakje voor jou, voor elke tree van de trap.

Voor: een buurjongen die helpt · Cadeau: iets kleins · Toon: trots

Alle rijmhulp bij elkaar vind je op de homepage over sinterklaas rijmen.